Soorten cabaret

Cabaret valt grofweg in de volgende tien soorten in te delen. Dit zijn echter wel gekunstelde kaders; cabaretvoorstellingen zijn meestal een samenstelling van elementen uit de verschillende soorten hieronder.

Literair satirisch:
De cabaretier speelt met taal, soms in een poëtische vorm, maar soms is hij/zij keihard en hatelijk.
Voorbeelden hiervan zijn: Wim Sonneveld en Herman Finkers.

Maatschappijkritisch:
De cabaretier analyseert en speelt met actuele, maatschappelijk en politieke gebeurtenissen.
Voorbeelden hiervan zijn: Wim Kan, Freek de Jonge, Theo Maassen en Javier Guzman

Verhalend:
De cabaretier vertelt een verhaal met een moraal erin verpakt. Dit doet hij meestal op eenlicht absurdistische manier waarin hij afwisseld tussen de spanning en de lach.
Voorbeelden hiervan zijn: Youp van ‘t Hek en Harrie Jekkers

Muzikaal:
De cabaretier speelt met muziek. Dit kan hij doen door bijvoorbeeld bekende melodieën te verdraaien of te combineren, maar ook door te spelen met melodie en inhoud. (voorbeeld; bij hele treurige muziek hele vrolijke dingen zingen)
Voorbeelden hiervan zijn: Hans Liberg, Kees Torn

Nonsens:
De cabaretier vertelt (schijnbaar) onzinnige en absurde verhaaltjes en speelt hiermee. Bij deze vorm van cabaret worden ook vaak idiote typetjes gespeeld.
Voorbeelden hiervan zijn: Hans Teeuwen, Urbanus, Najib Amhali en Bert Visscher

Fysiek:
In de voorstelling ligt de nadruk veel minder op het tekstuele gedeelte, maar meer op acrobatische stunts en grappen met voorwerpen en apparaten. Ook spelen gebaren en non verbale communicatie hierbij een grote rol.
Voorbeelden hiervan zijn: Waardenberg en De Jong, Schudden en de Ashton Brothers.

Sit-downcomedy:
Bij deze vorm onttrekt de cabaretier zich aan zijn ‘door de lach bevrijdende’ rol. Dit doet hij door het omzeilen van de lach en het applaus. Hierdoor ziet de cabaretier af van zijn ontladende functie en verwijst hij het publiek weer naar zichzelf. Op deze manier laat hij het publiek ophouden publiek te zijn en worden zij teruggeleid naar de eigen zelfstandigheid.
Een voorbeeld hiervan is “het Spinvis-pauzeprogramma” in de theatertournee van 2005.

Stand-upcomedy:
Vergeleken met het Nederlandse cabaret is het theatrale element bij stand-upcomedy veel meer beperkt. In plaats van langere nummers en muzikale onderdelen bestaat het slechts uit korte humoristische anekdotes. In Nederland is het Amsterdamse comedycafé Toomler hier het bekendste voorbeeld van.
Voorbeelden hiervan zijn: Raoul Heertje, Jörgen Raymann.

Zap-cabaret:
Binnen een voorstelling wordt er snel geschakeld tussen verschillende onderwerpen, maar ook tussen diverse vormen van cabaret, typetjes of liedjes.
Voorbeelden hiervan zijn: De Vliegende Panters, Jochem Myjer.

Cabaret op maat:
Hiermee wordt bedoelt dat de cabaretier te gast is bij een overheid, instelling of bij een bedrijf. Hij/zij richt zijn satire op het onderwerp ter plekke en het aanwezige publiek.