Wat is een conference?

De conference

De conference is in 1881 ontstaan in café de Chat Noir in Parijs toen Rudolf Chaliet de in zijn café optredende artiesten op een zeer hoogdravende manier ging aankondigen. Franse cabarets reisden door Europa en in 1895 stond de Chat Noir in Nederland. Pisuisse was de eerste Nederlandse conferencier, eveneens bekend in zijn tijd waren Eduard Jacobs, Johan Busuo en Koos Speenhof. Zij brachten conference in de oervorm: het aankondigen van artiesten, zodanig dat de nummers een gezamenlijk kader kregen en individueel nog beter tot hun recht kwamen. De conferencier was vergelijkbaar met de spreekstalmeester uit het circus of de bonisseur die op de kermis tijdens het ‘parade maken’ de diverse attracties van zijn tent aanprees. Of zelfs met een marktverkoper die in een actuele onemanshow zijn waren aan de man probeert te brengen. Door Wim Kan ontwikkelde de conference zich van een aankondiging van andere artiesten tot een genre op zich. Het publiek ging naar het theater juist vanwege zijn conferences, vanwege de grappen, opinies en actualiteiten. Youp van ’t Hek liet de norm van de op zichzelf staande conference los en schreef een programma waarin de conference deel uitmaakt van een totaal verhaal waarin alles in elkaar overloopt: de conference, de sketch, het liedje. In navolging van Youp van ’t Hek ging ook bij Freek de Jonge en veel mindere goden de conference op in een totaal verhaal. Conferenciers waren verhalenvertellers geworden. Pas nu verdwijnt die plicht tot rode draad en worden er weer harde overgangen gemaakt tussen conference, sketch en liedje. De conference in Nederland was altijd vrij gezellig tot ook hier de Amerikaanse Stand-up-comedy populair werd. Stand-up-comedy is brutaal, snel en verbeten, schopt naar de onderbuik. Cabaretiers Hans Teeuwen en Theo Maassen treden ook op als stand-up-comedian en zijn er in hun conferences sterk door beïnvloed. Het tempo van de conference is voortdurend omhoog gegaan. Vroeger werd er soms bewust een dal aangebracht in een programma. De pieken zouden des te mooier zijn naarmate er een dieper dal voor lag. Tegenwoordig kun je je in een cabaret geen minder moment meer veroorloven. Binnen een conference is het frappe na frappe na frappe en dat vraagt een grote inventiviteit van de schrijver.OpenMic

Cabaret bloeit in Nederland als nergens anders ter wereld. De conference past bij de volksaard van de Nederlander, hij kan zichzelf moeilijk serieus nemen. We wonen in een klein land, omringd door invloedrijke broers. Ons nationaal zelfbewustzijn is klein. We hebben weinig bewustzijn van onze geschiedenis en literatuur, en weinig respect voor tradities en titels. We houden er van ernstige kwesties schuin tegen het licht te houden, om bekende persoonlijkheden ‘en pantouffle’ te zien. We zien graag iemand uit de school klappen waar dat eigenlijk niet zou mogen. Die behoefte om dingen te relativeren heeft met twijfel te maken. Als je onzeker bent over waarden en waarheden die ons bestaan rechtvaardigen dan zal je de behoefte hebben om onderdelen van die waarheden die je zijn voorgehouden te relativeren. Iedere club, actiegroep, kerk of organisatie zou zich van tijd tot tijd een spiegel voor moeten houden en zich af moeten vragen of het nou allemaal wel zo waar is wat ze beweren. Cabaret neemt die taak van hen over. Sinds de ondergang van het communisme, het falen van kapitalisme en de leegloop der kerken zijn er niet zo veel absolute waarheden meer om te relativeren. Qua onderwerpen zien we dan ook een verschuiving van makrokosmos naar mikrokosmos. Cabaret wordt minder politiek. Het gaat over mensen.

Een conference is een vrolijke lezing. Alleen is het zaallicht uit, men trekt een kostuum aan en springt veel meer van de hak op de tak dan bij een lezing. Het betoog hoeft niet zo logisch te zijn en de luisteraar krijgt geen overzicht vooraf. De conference heeft een korte golfslag. Opmerking – lach. Opmerking – lach. De conference is een gesprek, een doorgeknipte dialoog. De conferencier suggereert dat hij met het publiek aan het praten is. Hij gaat in op de geluiden uit het publiek. Speelt een spel met de zaal. Het si alsof er één iemand op visite is die buitengewoon genoeglijk kan vertellen over alles wat hij heeft meegemaakt en die nog grappig is ook. Timing is hierbij enorm belangrijk. Timing is weten wanneer je een grap plaatst. Wanneer kan ik (met deze versterking, in deze zaal) weer door het staartje van de lach heen prikken. Het is leuk de lach op te jagen door steeds het staartje er van af te hakken, waardoor die lach steeds heviger wordt en tenslotte een climax vindt in een applaus. De conferencier weet bewust wanneer hij het staartje er niet meer afpraat en z’n laatste zinnen heel bewust neerzet zodat het publiek voelt: nu is het tijd om te klappen. Daar werkt hij bewust naar toe. De conferencier regisseert de lach. Eerst wuift de koningin en dan juicht het volk en niet andersom.

De conference heeft vaak het karakter van een vertrouwelijk moment; moet je eens horen, nu ga ik jullie iets vertellen. Het is een samenzwering met het publiek. In oorsprong stond cabaret in kleine intieme, liefst rokerige ruimtes waar 100, 150 mensen aan tafeltjes zaten, met sigaren en drank voor zich. Zij hadden automatisch het gevoel als selecte club te worden meegenomen in de gevoelswereld van de kunstenaar. Nu, in zalen van 500tot 1000 man moet de conferencier trucs toepassen om diezelfde intimiteit te bereiken. Zoals het vaak gebruikte naar links en naar rechts kijken in de coulissen, kan niemand ons betrappen, en het maken van een handgebaar: kom eens hier, ik ga jullie iets vertrouwelijks vertellen. De toonhoogte gaat omlaag en de conferencier gaat fluisteren. Een conferencier moet uitstralen een bijzonder mens te zijn, bijvoorbeeld door te acteren dat hij slechter is dan hij is. Hij moet een vorm vinden waarin hij niet zomaar zegt wat hij vindt, maar waarin hij het op een boeiende manier ánders zegt en dat het toch overkomt wat hij bedoelt. De conferencier is vooral een woordkunstenaar, hij speelt met taal. De conference bestaat uit tekst, maar of die tekst werkt blijkt pas als de conferencier hem doet voor publiek. Van achter de schrijftafel is dat moeilijk in te schatten. De conference is een vak dat je leert in de praktijk. Als je veel speelt, wordt iets eigen. Je plaatst je grappen beter en op een beter moment, je leert waar de klemtonen liggen, waar de pauzes, hoe de intonaties het best zijn. ‘Het publiek met het je leren’: je moet lessen trekken uit de lach of de stilte van de zaal. En de volgende avond doe je het anders. Vandaar dat de meeste conferenciers (soms wel dertig keer) try-outen voor zij hun programma goed genoeg achten om in première te gaan. Het si moeilijk om een figuur te vinden die nog niet gedaan is. Er zijn in al die jaren al heel wat mannetjes en vrouwtjes gemaakt. Gelukkig staan er van tijd tot tijd weer nieuwe mensen op in de samenleving die schreeuwen om een persiflage.

Conferenciers zijn vaak herkenbaar aan hun onderwerpen. Bijv. Fons Jansen: de kerk. Win Kan: politiek. Hans Teeuwen: seks en geweld, maar eigenlijk nihilisme. Youp van ’t Hek burgerlijkheid, materialisme. Brigitte Kaandorp (vroeger): onzekerheid, onhandigheid.

(Samengesteld uit interviews met o.a. Michiel v.d. Plas, Wim Kan en Jacques Kloters.)

 

Zelf aan de slag!

Hoe te beginnen bij het schrijven van een conference

Je kunt een conference houden als jezelf of als een personage (een overdrijving van jezelf, van een bepaalde eigenschap of iemand anders, al dan niet echt bestaand). Een conference kan gaan over een maatschappelijk of actueel thema of over iets kleins, menselijks, dicht bij huis. Belangrijk is dat de lijn en de eventuele boodschap helder is. Dan kun je je uitstapjes (Youp van ’t Hek, Freek de Jonge) of onverwachte dingen (Hans Teeuwen) permitteren. Het is verstandig te werken met een soort inleiding (wat wil je zeggen), een middenstuk in alinea’s en een slot (conclusie of clou). Soms gaat het helder houden van je betoog boven het plaatsen van grapjes tussendoor, dan geldt de regel: kill your darlings. Een conference kan taalkundig knap geschreven zijn maar ook in spreektaal, alsof je het ter plekke verzint. Zorg voor een hoge grapdichtheid. Maak gebruik van omkeringen, overdrijvingen, understatements, zogenaamde verklaringen, oplossingen, vergelijkingen, geef voorbeelden, leg verbanden, speel met de taal. Werk naar een climax of anticlimax. Het is leuk als in een conference emotie zit, dat schakelt van de ene emotie naar de andere.

Een conference kan ontstaan uit improvisatie of achter de computer (of op papier). Begin vrijuit te fantaseren , improviseren, brainstormen, zonder kritiek. Schrijf alles op, of neem een improvisatie op op een cassette en schrijf het uit. Dan begint het schaven. Speel voor, herschrijf, speel voor, herschrijf enz. Tot ieder woord op de juiste plek staat. En dan hoef je alleen nog maar te spelen. Iedere keer opnieuw zoeken naar de juiste timing en intonatie. Iedere keer weer nieuw en verrassend.

Overige tips:

  • Het kan werken eerst je verhaal op te schrijven zoals je het serieus zou houden (bijvoorbeeld een antiracismebetoog)  en dan te kijken hoe je dit cabaretesk kan maken door het tegendeel te gaan beweren of er grappen in te plaatsen. Enige studie naar je onderwerp of typetje kan zeer inspirerend werken.
  • Inspiratiebronnen kunnen zijn: de krant, de televisie, mensen die je ontmoet, jezelf en jouw eigenaardigheden.
  • Plaats de grap, de clou op het einde van een zin of alinea.
  • Grof zijn kan alleen op een originele en fris geformuleerde manier, en het moet een betekenis hebben. Een cabaretier mag ver gaan met z’n spot als hij zichzelf niet spaart (Paul de Leeuw) en het publiek voelt dat hij/zij banden heeft met de behandelde thematiek.
  • Een grap gaat vaak in drieën. De eerste keer weet men het, de tweede keer vindt men het leuk, o ja dat weer, en de derde keer geef je het een andere wending.
  • Begin vanuit je eigen belevingswereld, ervaringen, observaties, je eigen engagement, verdriet, bestaanswoede, gevoel voor humor. Je kunt vertrekken vanuit de inhoud of vanuit de vorm. Het is slim altijd een bloknootje en een pen op zak te hebben voor onverwachte invallen en observaties.